De maximale loopafstand meten met de loopbandtest: een gestandaardiseerd protocol

11 februari 2020

Door: Mickey Saes

Alle patiënten met etalagebenen doen bij de ClaudicatioNet therapeut op elk meetmoment (elke 3 maanden) de loopbandtest. Hiermee kan de loopafstand van de patiënt worden gemeten, en kan de voortgang worden gemonitord. Deze test volgt een gestandaardiseerd protocol. Het testprotocol van de loopbandtest ziet er als volgt uit:

  • De loopband wordt op een constante snelheid van 3,2 km/u ingesteld.
  • Elke 2 minuten wordt de hellingshoek van de loopband met 2% verhoogd, tot een maximum van 10%.
  • De loopbandtest duurt maximaal 30 minuten.

Waarom dient dit protocol gevolgd te worden?

De wetenschap heeft laten zien dat met bovenstaand protocol de fysieke capaciteit van patiënten met PAV betrouwbaar gemeten kan worden. Sterker nog, met het protocol kan dit in één meting. Wanneer een loopbandtest uitgevoerd zou worden zonder toename in hellingshoek zijn minimaal drie loopbandtesten nodig zijn om de fysieke capaciteit betrouwbaar te meten.

Allemaal leuk en aardig die wetenschap, maar met de loopbandtest, uitgevoerd volgens protocol, moet een patiënt meestal eerder stoppen met lopen dan hij/zij in het dagelijkse leven zou moeten. Dus, de maximale afstand gemeten met de loopbandtest komt niet overeen met de afstand die een patiënt in het dagelijkse leven kan lopen. Meestal kan een patiënt bij de loopbandtest namelijk minder ver lopen dan in het dagelijkse leven. Dit kan soms frustrerend zijn. Waarom wordt dan toch de hellingshoek verhoogd?

In het dagelijkse leven lopen patiënten voornamelijk op vlakke ondergronden. Patiënten raken hieraan gewend, waardoor ze steeds verder kunnen lopen. Door de toenemende hellingshoek tijdens de loopbandtest wordt een toenemende inspanning van de beenspieren gevraagd. Hierdoor worden claudicatioklachten sneller opgewekt en zal de patiënt op een gegeven moment moeten stoppen met lopen. Met behulp van het protocol bereikt elke patiënt met perifeer arterieel vaatlijden zijn/haar maximaal tolereerbare inspanning. Zoals ik hiervoor ook al noemde, is vanwege het gebruikte protocol de maximale loopafstand, gemeten met de loopbandtest, geen 1‑op‑1 weerspiegeling van de maximale loopafstand die een patiënt in het dagelijkse leven kan lopen. Waarom zou je dan dit protocol volgen?

Het antwoord: Het voordeel van het volgen van het protocol is juist dat de fysieke capaciteit van elke patiënt met etalagebenen betrouwbaar is én binnen 30 minuten gemeten kan worden. Daarnaast, door de loopbandtest op elk meetmoment volgens protocol uit te voeren, kan de vooruitgang van de fysieke capaciteit van de patiënt dus ook op een betrouwbare manier vastgelegd worden.

En, een toename in fysieke capaciteit zal waarschijnlijk wel leiden tot een toename in maximale loopafstand in het dagelijks leven!

Volg al onze blogs via LinkedIn.

Terug naar overzicht